Fosfaatrechten

Geen inbreuk op artikel 1 van het EP aangenomen. Het bedrijf van appellante is vanaf 2013 fors gegroeid, van circa 197 melkkoeien en jongvee gemiddeld in 2013 naar in totaal 332 melkkoeien en jongvee op de peildatum in 2015. Een deel van de groei was dus al gerealiseerd en voor die aanwas zijn ook rechten

2019-01-14T15:59:25+00:00 14 januari 2019|Nieuwsflits|

Aanvullingswet natuur

Ook de Wet natuurbescherming zal worden opgenomen in de omgevingswet. Een wetsvoorstel ligt in de Tweede Kamer, gevorderd tot nr. 7 (Nota van wijziging). Een verslag van de stand van zaken met betrekking tot die Omgevingswet is te vinden in Kamerstukken II, 2018-19, 33118, nr. 115. Alles ligt op koers.

2019-01-09T11:23:02+00:00 9 januari 2019|Nieuwsflits|

Jaarplanning

Het ministerie van LNV heeft een jaarplanning voor 2019 (Kamerstukken II, 2018/19, 35000 XIV, nr. 68). Daarbij is een overzicht van onderzoeken gevoegd, alsmede een overzicht van te verwachten kamerbrieven en wetgeving. Pachtbeleid staat niet op de lijst, dus dat zal dan 2020 worden.

2019-01-09T11:22:24+00:00 9 januari 2019|Nieuwsflits|

Opzegging

Alhoewel slechts [naam 2] (in persoon) pachter is, is de pacht naar het oordeel van de pachtkamer gelet op de onder 4.11. vermelde omstandigheden in dit geval een aangelegenheid die de maatschap aangaat. Dit brengt naar het oordeel van de pachtkamer mee dat de opzegging van de pachtovereenkomst aan [naam 2] op basis van artikel

2019-01-07T12:07:45+00:00 7 januari 2019|Nieuwsflits|

Misbruik

De zaak wordt hierdoor gekenmerkt dat [A] , op bijna 80-jarige leeftijd, in augustus 2013 met [appellant] een reguliere pachtovereenkomst heeft gesloten terwijl zij eerder, met [C] , gebruiksovereenkomsten sloot en na advies daartoe, een geliberaliseerde pachtovereenkomst. [A] heeft geen bedrijfsopvolgers. [A] stond bekend als een eigenzinnige vrouw die het belangrijk vond het bedrijf voort

2019-01-07T12:07:08+00:00 7 januari 2019|Nieuwsflits|

Medepacht

Verpachter stelt dat de pachter zijn rechtsvoorganger heeft bewogen tot aangaan van een reguliere overeenkomst terwijl deze geestelijk niet ion orde was. Voor zover deze omstandigheid meeweegt bij de billijkheid in het kader van de gevorderde medepacht, overweegt het hof dat onvoldoende is aangevoerd om aan te kunnen nemen dat de pachter jegens de rechtsvoorganger

2019-01-07T12:06:11+00:00 7 januari 2019|Nieuwsflits|