Waterschapswet

Beoordeling of de sloot zich gedeeltelijk op het perceel van eiser bevindt of dat er een reële dreiging bestaat dat de sloot op zijn perceel zal komen. Indien dat komt vast te staan is er in beginsel sprake van onrechtmatig handelen van het Waterschap, dat haar als beheerder van de sloot kan worden toegerekend, behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond (artikel 6:162 lid 2 BW). Stelling onvoldoende onderbouwd. Zelfs als wel zou komen vast te staan dat de sloot zich op het perceel van eiser bevindt, handelt het Waterschap echter niet onrechtmatig zolang de sloot binnen het theoretisch profiel van de legger blijft. Uit de metingen van het Waterschap blijkt dat de sloot op twee plaatsen buiten het theoretisch profiel treedt. Voor zover zou komen vast te staan dat de sloot zich op het punt van de genoemde overschrijdingen op het perceel van eiser bevindt, is de rechtbank ten slotte van oordeel dat eiser geen belang in de zin van artikel 3:303 BW heeft bij zijn vorderingen. Rechtbank Limburg 13-09-2017, ECLI:NL:RBLIM:2017:8909

2017-09-29T13:05:35+02:00 26 september 2017|Nieuwsflits|