Bij brief van 12 mei jl., door de Tweede Kamer gepubliceerd op 18 mei jl., zendt de minister van LVVN de Kamer het antwoord op de vraag van het Kamerlid Wiersma (BBB) over stikstofruimte (TZ202605-029, ingezonden 21-04-2026) zoals zij deze stelde tijdens het Commissiedebat luchtvaart op 21 april jl. De vraag betrof het volgende: Of onderzocht kan worden of met een onderbouwing voor extern salderen er toch stikstofruimte is in de natuurbank die inzetbaar is voor PAS-melders. Om een PAS-melder te kunnen legaliseren met vrijgemaakte ruimte moet er voldoende ruimte op dezelfde locatie als waar de PAS-melder op deponeert beschikbaar zijn. De ruimte moet vervolgens niet nodig zijn om behoud te borgen (additionaliteit). Bij 7 PAS-melders kon aan deze voorwaarden worden voldaan en deze zijn gelegaliseerd. Voor de niet-additionele ruimte uit de Subsidie sanering varkenshouderij (Srv) geldt dat het Kabinet voornemens is deze ruimte naar de natuur te laten vloeien. Dit betekent dat de ruimte niet meer in de SSRS-bank komt, maar inzichtelijk wordt gemaakt in AERIUS Depot (voorheen natuurtool). De ruimte in AERIUS Depot kan mogelijk gebruikt worden om handhavings- of intrekkingsverzoeken gemotiveerd af te wijzen (bv. bij PAS-melders) en kan door provincies betrokken te worden bij het onderbouwen van additionaliteit. Kamerstukken II 2025/26, 31936 nr. 1289.