Motiveringsgebrek. Stalderingsregeling Verordening ruimte Noord-Brabant. Verweerder heeft in het bestreden besluit uitdrukkelijk overwogen dat de beschikking eerste fase wordt geweigerd wegens strijd met de VrNB en dat de overige weigeringsgronden buiten beschouwing kunnen blijven. Ter zitting heeft verweerder aangegeven dat hij zich het recht voorbehoudt om de beschikking eerste fase ook op andere gronden te weigeren. De rechtbank is van oordeel dat verweerder alle weigeringsgronden in het bestreden besluit had moeten noemen en had moeten motiveren. Verweerder heeft hier genoeg tijd voor gehad. Deze handelwijze acht de rechtbank in strijd met het fair play beginsel. De rechtbank geeft verweerder gelegenheid dit gebrek te herstellen. De beoordeling van het verzoek van eiseres om de stalderingsregeling in artikel 26 van de VrNB onverbindend te verklaren, is niet alleen van belang voor eiseres maar voor de gehele provincie Noord-Brabant. De rechtbank heeft meer informatie nodig over de beweegredenen van provinciale staten om de stalderingsregeling in de VrNB op te nemen alsmede informatie over de praktische invulling van artikel 26, derde lid, van de VrNB en (het onderzoek naar de) uitvoerbaarheid van de regeling. De rechtbank zal (een vertegenwoordiger) van de provincie Noord-Brabant oproepen te verschijnen op de tweede zitting (op 10 april 2018) om verdere inlichtingen te verschaffen. Rechtbank Oost-Brabant, 16-01-2018, ECLI:NL:RBOBR:2018:297