Spuitvrije zones

De vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft besloten prof. mr. N.S.J. Koeman te verzoeken een paper op te stellen met een analyse en een advies over de juridische mogelijkheden met betrekking tot spuitvrije zones. Een exemplaar van deze paper is aan de kamer aangeboden (Kamerstukken II, 2019/20, 27428, nr. 369). Dit advies gaat over de vraag of het mogelijk is rijksregels te stellen betreffende spuitvrije zones tussen agrarische percelen waar gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast en gevoelige functies, zoals wonen. Met name wordt dan gedacht aan rijksregels die gesteld worden ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Het antwoord op die vraag luidt dat dergelijke rijksregels goed mogelijk zijn waar het gaat om nieuwe situaties, waar in de praktijk nu al vaak in een bestemmingsplan een zone van 50 m. wordt verlangd. Voor zover het gaat om rijksregels die betrekking hebben op bestaande situaties waarin de afstand te kort wordt geacht zijn rijksregels niet goed denkbaar, gelet op het feit dat op grond van art, 3.2.2. Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in bestemmingsplan steeds een standaard overgangsbepaling moet worden opgenomen, inhoudende dat bestaand rechtmatig gebruik dat afwijkt van het plan, mag worden voortgezet. Onder de omgevingswet zal de situatie anders zijn. Dan is geen sprake meer van een wettelijk verplicht standaard overgangsrecht, dat bestaande situaties beschermt. Dan kunnen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) instructieregels worden gesteld betreffende spuitvrije zones. Die regels hebben betrekking op nieuwe situaties, maar ook op bestaande situaties als daaraan in het Bkl geen eerbiedigende werking is toegekend. Tenslotte is denkbaar dat sprake is van een beperkt eerbiedigende werking, bij voorbeeld voor een bepaalde periode of voor een bepaalde gebruiker.

2020-05-18T12:06:54+02:00 18 mei 2020|Nieuwsflits|