Sanering varkenshouderij

De Subsidieregeling sanering varkenshouderijen is gepubliceerd in Stcrt. 2019, nr. 55830. Doel van de regeling is het verminderen van geuroverlast door het definitief en onherroepelijk sluiten van varkenshouderijlocaties. Om dit te borgen dient de varkenshouder een aantal stappen te zetten. Het betreft deels maatregelen die direct samenhangen met de bedrijfsvoering: het afvoeren van de varkens, het leeghalen van de mestkelders, het laten doorhalen van het varkensrecht, het in voorkomend geval intrekken van de vergunning Wet natuurbescherming en het intrekken van de omgevingsrechtelijke toestemming (vergunning of melding). Andere maatregelen zien op het bestendigen van de bedrijfsbeëindiging: het in gang zetten van een wijziging van het bestemmingsplan, het slopen van de voor de varkenshouderij gebruikte dierenverblijven, mest- en voersilo’s en mestkelders en het zich middels een schriftelijke overeenkomst verbinden aan het blijvende karakter van de sluiting van de varkenshouderijlocatie. Deze schriftelijke overeenkomst dient binnen acht weken na de subsidieverlening te worden gesloten. Als de varkenshouder deze overeenkomst heeft gesloten, mag er van uit worden gegaan dat hij ook daadwerkelijk zal overgaan tot het saneren van de betreffende locatie. De andere stappen, afgezien van de sloop, dienen binnen acht maanden na subsidieverlening gerealiseerd te zijn. Deze termijn is zo gekozen dat varkenshouders na subsidieverlening nog een ronde vleesvarkens en/of biggen af kunnen leveren, zodat zij niet gedwongen worden om drachtige zeugen of vleesvarkens die nog niet slachtrijp zijn te laten slachten. Voor gesloten varkensbedrijven kan de termijn van acht maanden inhouden dat de laatste ronde biggen niet meer op het eigen bedrijf afgemest kan worden. Voor sloop van de voor de varkenshouderij gebruikte dierenverblijven, mest- en voersilo’s en mestkelders geldt een termijn van totaal veertien maanden na subsidieverlening. Varkenshouders kunnen op grond van de regeling een subsidie krijgen die bestaat uit twee afzonderlijke componenten: 1. Een bijdrage in verband met het geheel of gedeeltelijk laten vervallen van het varkensrecht; en 2. Een bijdrage in verband met het verlies van de waarde van de voor het houden van varkens gebruikte dierenverblijven. Voor het saneringsspoor is € 180 miljoen gereserveerd. Een deel van dit bedrag, € 60 miljoen, is beschikbaar gekomen uit het budget dat voor klimaatmaatregelen is gereserveerd ter uitvoering van het Urgenda-vonnis.

2019-10-14T13:53:24+01:00 14 oktober 2019|Nieuwsflits|