Mestverwerkingsinstallatie

In deze uitspraak worden een groot aantal beroepen tegen de omgevingsvergunning voor een mestverwerkingsinstallatie in de gemeente Oss behandeld. De rechtbank stelt voorop dat dit niet zo maar een mestverwerkingsinstallatie is. Het is de grootste installatie in Noord-Brabant van een omvang die veel groter is dan de mestverwerkingsinstallaties waarover de afgelopen jaren voor deze rechtbank procedures hebben gespeeld. Het is ook de eerste installatie op een industrieterrein bij een stad, voor zover de rechtbank bekend. Het is tot slot een installatie waarop het nieuwe mestverwerkingsbeleid van de provincie Noord-Brabant, zoals dat is vastgelegd in de nieuwe Verordening Ruimte Noord-Brabant 2017, is toegepast. Zeker bij een dergelijke mestverwerkingsinstallatie past het verweerder niet om risico’s te nemen of uit te gaan van de meest rooskleurige verwachtingen rondom rendement. Verweerder (GS van Noord-Brabant) heeft weliswaar een geuremissienorm voor de mestverwerkingsinstallatie als doelvoorschrift 7.4.1 aan het bestreden besluit verbonden, maar dat acht de rechtbank onvoldoende. Als niet op voorhand duidelijk(er) is of de installatie dit doelvoorschrift kan halen, kan het leiden tot grote geuroverlast in Oss en (als de installatie wordt stilgelegd) een mestoverschot in Noord-Brabant. Uit het onderzoek van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak blijkt dat onder meer dat het biofilter in de luchtwasser veel te klein wordt uitgevoerd. Verweerder heeft het besluit onvoldoende zorgvuldig voorbereid. De rechtbank oordeelt verder dat verweerder voorafgaand aan het nemen van het besluit had moeten beoordelen of een milieueffectrapportage had moeten worden opgesteld. Dit kan niet tijdens of na vergunningverlening. De rechtbank oordeelt tot slot dat er geen indicaties bekend zijn voor onaanvaardbare volksgezondheidsrisico’s door mestverwerkingsinstallaties. De aanvraag en besluitvorming rond de mestverwerkingsinstallatie heeft voor veel onrust gezorgd in de omgeving. Een groot aantal mensen heeft beroep ingesteld. Gelet op het verhandelde ter zitting betwijfelt de rechtbank of de maatschappij de vestiging van een mestverwerkingsinstallatie van deze omvang en/of binnen de bebouwde kom wel aanvaardbaar vindt. Het is echter niet aan de maatschappij om hierover te beslissen. Dat moet verweerder doen. Verweerder kan echter wel de maatschappelijke onrust wegnemen door een transparante en overzichtelijke besluitvorming. De rechtbank is van oordeel dat verweerder er beter aan doet om één nieuw besluit te nemen op een nieuwe aanvraag, die voorziet in de biomassavergassingsinstallatie alsmede in voldoende voorzieningen en duidelijke voorschriften om de geurhinder van het bedrijf, in het bijzonder de mestverwerkingsinstallatie, te beperken. Een snelle besluitvorming over een gewijzigde aanvraag, respectievelijk de aanvraag tweede fase, gewenst is omdat veel veehouders afhankelijk zijn van deze mestverwerkingsinstallatie. Daarom kan verweerder bij het nemen van een nieuw besluit de uitgebreide voorbereidingsprocedure buiten toepassing laten. Rechtbank Oost-Brabant 29-08-2017, ECLI:NL:RBOBR:2017:4560

2017-09-15T13:41:16+02:00 8 september 2017|Nieuwsflits|