Landinrichting – verjaring

Op grond van artikel 208 lid 2 Liw (de voorloper van artikel 82 lid 2 Wilg) geldt de akte van toedeling als titel voor de daarin omschreven rechten en worden de daarin omschreven onroerende zaken en beperkte rechten door de inschrijving van de akte in de openbare registers verkregen. Door de ruilverkaveling is dan ook een nieuw recht ontstaan, een originaire eigendomsverkrijging, waarvan het bestaan en de inhoud onafhankelijk is van het bestaan en de inhoud van eerdere rechten. Zowel een al voltooide verjaring als een voor de ruilverkaveling aangevangen termijn van verjaring is voor het door de ruilverkaveling ontstane eigendomsrecht dus zonder betekenis. Dat geldt ook als in de feitelijke situatie van een perceel niets verandert. Het bovenstaande brengt mee dat Gemeente Stichtse Vecht door de ruilverkaveling in november 2010 eigenaar is geworden van perceel [perceel 1] , ongeacht of op dat moment sprake was van een voltooide verjaring. Door deze verkrijging van Gemeente Stichtse Vecht gaat de termijn van twintig jaar voor bevrijdende verjaring opnieuw lopen. Omdat sindsdien nog geen twintig jaar is verstreken, kunnen [gedaagde sub 1 in de zaak C/16/418113 / HA ZA 16-463] c.s. en [gedaagde sub 1 in de zaak C/16/418114 / HA ZA 16-464] c.s. zich niet met succes op bevrijdende verjaring beroepen. Rechtbank Midden-Nederland, 18-07-2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:3319

 

2018-08-06T11:39:53+00:00 6 augustus 2018|Nieuwsflits|