In deze zaak draait het om de vraag of de Provincie in strijd handelt met de regels uit de Didam-arresten door een voorgenomen verkoop van ruim dertig percelen aan GEC. De Provincie en GEC stellen dat GEC als enige serieuze gegadigde kan worden aangemerkt en dat de Provincie daarom geen openbare selectieprocedure hoeft te organiseren. Eiseres is het daar niet mee eens en zij vordert een verbod om de percelen aan GEC te verkopen en dat de Provincie alsnog een openbare selectieprocedure organiseert. De voorzieningenrechter is van oordeel dat GEC de enige serieuze gegadigde is en wijst de vorderingen van eiseres af. Rb Limburg 19-10-2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:11355.