|
| Samenstelling Tuchtgerecht De Wet Tuchtrechtspraak Bedrijfsorganisatie 2004, ook wel de Wet Turbo genoemd, regelt de samenstelling van de tuchtgerechten. Een Tuchtgerecht heeft een voorzitter, leden en een secretaris. De voorzitter wordt op voordracht van het bestuur van het bedrijfslichaam bij koninklijk besluit benoemd. De leden, secretaris en plaatsvervangend secretaris worden door het bestuur van het bedrijfslichaam benoemd. De voorzitter en secretaris moeten de titel van meester in de rechten bezitten. De leden zijn deskundigen afkomstig uit de sector waarvoor het tuchtgerecht is ingesteld. Werkwijze Bedrijfslichamen wijzen toezichthouders aan die belast zijn met het toezicht op de naleving van de verordeningen. Indien de door de toezichthouder geconstateerde overtredingen daartoe voldoende aanleiding geven maakt de voorzitter van het bedrijfslichaam de zaak binnen een redelijke termijn na de constatering van de overtreding bij het tuchtgerecht aanhangig door middel van een schriftelijke verklaring. De basis voor deze schriftelijke verklaring wordt gevormd door het door de toezichthouder opgestelde rapport. De schriftelijke verklaring vermeldt de feiten en bij de verklaring zijn de op de zaak betrekking hebbende stukken gevoegd. De betrokkene wordt binnen acht weken nadat de zaak aanhangig is gemaakt door het Tuchtgerecht opgeroepen voor een mondelinge behandeling. Een zitting wordt gehouden door 3 of 5 leden waaronder de voorzitter en in aanwezigheid van de secretaris. De zittingen van het Tuchtgerecht vinden plaats in Wageningen en zijn openbaar. Tijdens de mondelinge behandeling kan zowel de voorzitter van het bedrijfslichaam, al dan niet vertegenwoordigd, als betrokkene de zaak toelichten. Ter zitting mogen getuigen en deskundigen worden meegenomen. Het Tuchtgerecht kan ter zitting onmiddellijk mondeling uitspraak doen maar zal dat doorgaans schriftelijk doen. Indien betrokkene niet op de zitting verschijnt wordt verstek verleend. Tegen een uitspraak bij verstek gegeven kan door betrokkene verzet worden gedaan middels een gemotiveerd verzetschrift. Het gevolg is dat betrokkene nogmaals wordt opgeroepen op een zitting te verschijnen. Verstek wordt slechts éénmaal verleend. Is betrokkene voor de tweede maal afwezig dan volgt een 'gewone' uitspraak. Uitspraken en tuchtrechtelijke maatregelen De uitspraak houdt in de beslissing omtrent het opleggen van de tuchtrechtelijke maatregel, de gronden en de voorschriften waarop zij berust. De tuchtrechtelijke maatregelen die op grond van de Wet Tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie door het tuchtgerecht kunnen worden opgelegd zijn:
Het bedrag van de geldboete die opgelegd kan worden is maximaal € 4.500,-. Deze geldboete kan worden verhoogd tot maximaal € 11.250,- indien het wederrechtelijk verkregen voordeel bij de overtreden bepaling hoger is dan € 1.135,-. De geldboete kan geheel of gedeeltelijk voorwaardelijk worden opgelegd. Bij een berisping of een boete van minder dan € 225,- kan de voorzitter van het tuchtgerecht de zaak zonder zitting afdoen Hoger beroep Tegen een uitspraak
van het Tuchtgerecht kan zowel betrokkene als de voorzitter van het bedrijfslichaam,
binnen zes weken na verzending van de uitspraak van het tuchtgerecht,
hoger beroep instellen bij het College van Beroep voor het Bedrijfsleven
in Den Haag. |
|
Instituut
voor Agrarisch Recht - Agro Business Park 75 - 6708 PV Wageningen - tel.:
0317 424 181 - fax: 0317 424 313
|